Begín gewoon

Tijdens de nazit van een begrafenis raak ik in gesprek met een oudere dame.
Ze vraagt me wat voor werk ik doe.

“Ik schrijf levensverhalen”, zeg ik.

“Och”, zucht de dame, “mijn dochter vroeg mij een half jaar geleden:
‘Mam, zou je voor mij willen opschrijven wat bij ons vroeger thuis de gewoonten en gebruiken waren?’
Tuurlijk lieverd, zei ik. Ik heb toch tijd genoeg.”

Ik knik. “En?”

“Het komt er niet van.”

“Maar u heeft toch tijd genoeg?”

Ze haalt de schouders op, een beetje kribbig. “Ik heb geen rust in mijn hoofd.
Geen inspiratie. Er komt steeds wat tussen. Visite. Een televisieprogramma.
De hond. Het lúkt gewoon niet. Nouja, ik schrijf het later nog weleens op.”

Hoe kan het toch dat je

zelfs onder de meest ideale omstandigheden soms geen letter op papier krijgt?
Deze dame wordt door haar eigen dochter uitgenodigd om te schrijven.
Ze heeft tijd en gelegenheid, een geweldig thema om over te schrijven…
en toch lukt het niet. Dus stelt ze het uit. Naar later.
Wanneer dat ook maar moge zijn.

Misschien maakt ze het veel te groot in haar hoofd

En deinst ze er onbewust voor terug. Misschien weet ze niet hoe ze moet beginnen.
Staart dat lege vel papier haar vijandig aan. Herkenbaar? Natuurlijk.
Of je het nu perfectionisme noemt, faalangst, koudwatervrees of een writer’s block: iedereen heeft van tijd tot tijd last van zijn innerlijke criticus.

Daar is maar één remedie voor

En dat is níet eindeloos op Facebook rondhangen.
Of om de haverklap naar de supermarkt kleppen voor die ene vergeten boodschap.

Ik zal je zeggen wat het dan wél is

Hou je vast, want het kan even aankomen.

Het is…

…rappapaaaaarappapaaaaaa…

Gewoon beginnen.

Het is echt zo simpel als dat het klinkt. Probeer het maar.

Pak een vel papier of doe je laptop open.
Maar schrijf bij voorkeur met de hand, als dat lukt.
Zet een streep op dat papier. Teken iets, droodle wat. Noteer de datum van vandaag.
Schrijf op wat je als ontbijt hebt gehad. Wat je ziet als je naar buiten kijkt.
Het maakt niet uit. Begín gewoon.

Een trucje om je aan het schrijven te krijgen, is een woordcluster maken.
Ook wel een associatiespin. Of een woordwolk. Zet een woord op papier.
Bijvoorbeeld ‘vakantie’ of  ‘zondagochtend’, en omcirkel dit.
Stel een alarm in op je telefoon of zet de kookwekker,
en schrijf vervolgens vijf minuten lang alles op wat er bij je naar boven komt.
Niet nadenken, niet corrigeren, opschrijven. Selecteren komt later.

Binnen vijf minuten heb je gegarandeerd je vel papier vol.

Voilà, je bent begonnen.

Voorbeeld van een woordcluster of associatiespin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *